Downloads Videotheek Nieuws FAQ Tandheelkundig lexicon Contact

Titanium - het standaard implantaatmateriaal

Implantaatgedragen tanden voelen aan en zien eruit als natuurlijke tanden

Het succes van een implantaattherapie op lange termijn wordt door verschillende factoren bepaald. Naast de persoonlijke situatie van de patiënt (beschikbaar bot, botdichtheid van het implantaatbed) spelen het implantaatmateriaal, het implantaatontwerp en het implantaatoppervlak een belangrijke rol voor het succes van een implantaatbehandeling.

Close-up van een tandimplantaat van titanium

Materiaal

Titanium geldt tegenwoordig als standaard in de implantologie.

Innovatieve hoogwaardige materialen gelden als toekomstgericht; zo onderscheidt bijvoorbeeld het materiaal Roxolid®, dat uit titanium en zirkonium is samengesteld, zich door een duidelijk hogere sterkte.

Dwarsdoorsnede van een keramisch implantaat in het kaakbot

Metaalvrij

Tandkleurige keramische implantaten

Voor patiënten met een immunologische voorbelasting zijn inmiddels keramische implantaten van hoogwaardig zirkoniumdioxide (Y-TZP) beschikbaar.

Bij alle implantaten vervangt het implantaatlichaam de oorspronkelijke tandwortel. Bij enossale implantaten (in het bot verankerd) is het implantaatlichaam meestal cilindrisch en wordt het via een schroefdraad rechtstreeks in het kaakbot verankerd. Na de inheling vormt het implantaat het fundament voor de nieuwe tanden, de zogenoemde suprastructuur. Net als een echte tandwortel zitten enossale tandimplantaten na hun osseo-integratie (inheling) vast in het kaakbot.

Implantaatgedragen tanden voelen aan en zien eruit als natuurlijke. Zij zijn nauwelijks van natuurlijke tanden te onderscheiden. Op de implantaten kunnen kronen worden bevestigd, bij meerdere ontbrekende tanden bruggen, en bij tandeloosheid uitneembare of vast verankerde volledige gebitsprothesen.

Terugblik

Geschiedenis van de implantaten

Het idee van de orale implantologie heeft een lange geschiedenis. Eeuwen vóór Christus probeerden de Etrusken en de Egyptenaren al verloren gegane tanden te vervangen door bot dat zij tot tanden sneden, of door dierentanden. Deze eerste tandvervanging werd met gouddraden aan de buurtanden bevestigd.

 

De werkelijke doorbraak van de implantologie kwam echter pas in de 20e eeuw. Het wetenschappelijk fundamentele werk voor de ontwikkeling van een tandimplantaat werd in de jaren 50 en 60 door twee hoogleraren verricht. Hun ontdekking dat het menselijk lichaam titanium niet alleen verdraagt, maar zich zelfs met levend botweefsel verbindt, heeft de dentale implantologie ingrijpend veranderd. Hun inzichten in de stabiliteit op lange termijn hebben in belangrijke mate bijgedragen aan het succes en de verdere ontwikkeling van de dentale implantaten.

Pioniers van de moderne implantologie

In Zweden werd de grondslag voor de huidige dentale implantologie gelegd door professor Per Ingvar Brånemark en in Zwitserland door prof. Reinhard Straumann.  Zij gelden als de pioniers van de moderne implantologie, veranderden de tandheelkunde ingrijpend en werden de wegbereiders van de dentale implantologie.

Hun implantaten worden tot op heden in gewijzigde vorm gebruikt en behoren tot de wetenschappelijk best gedocumenteerde implantaatsystemen. Er zijn internationale, wetenschappelijk onderbouwde inzichten en tientallen jaren ervaring met titanium implantaten beschikbaar. De implantologie is een van de wereldwijd best gedocumenteerde behandelingen geworden.

 

De Zweed prof. Per-Ingvar Brånemark ontdekte in 1952 aan de universiteit van Lund dat titanium en het menselijke bot een vaste verbinding kunnen aangaan. Professor Per Ingvar Brånemark plaatste in 1965 de eerste implantaten. Hij noemde het proces waarbij het bot zich aan het implantaat hecht osseo-integratie.

Als metallurg heeft prof. Reinhard Straumann de wetenschappelijke grondslagen gelegd voor de inbouw van metalen in het bot. Hij ontwikkelde tandimplantaten van titanium waarvoor prof. dr. André Schroeder van de universiteit van Bern als een van de eerste wetenschappers de inheling van de tandimplantaten onderzocht. Straumann introduceerde in 1974 de wereldwijd eerste eenfasige holcilinderimplantaten; in 1976 volgde een schroefvormig tandimplantaat van zuiver titanium.

Eéndelige implantaten
Eéndelige, transgingivaal inhelende implantaten bestaan uit slechts één component. Het intra-ossale en het prothetische gedeelte van het implantaat zijn in het implantaat geïntegreerd en vormen een eenheid. De diepte bij het plaatsen van het implantaat wordt bepaald door het zogenoemde prothetische niveau. Na de implantatie steekt het implantaat uit het slijmvlies. De vrijleggingsoperatie bij het aanbrengen van de tandvervanging vervalt bij dit implantaat.

Tweedelige implantaten
De ontwikkeling van tweedelige implantaten en de gesloten, subgingivale inheling (onder het slijmvlies) werd bevorderd door prof. Per-Ingvar Brånemark. Hij verdeelde de implantaatopbouw in een intra-ossaal deel, het implantaat, en een prothetisch deel, de afstandshuls. Het implantaat wordt op botniveau geplaatst en wordt door het slijmvlies bedekt. Dit moet een veilige osseo-integratie van het implantaat waarborgen. Het implantaat moet onder het slijmvlies inhelen, vrij van mechanische belasting en bacteriële kolonisatie. Na de inheling volgt de vrijlegging van het implantaat en de aansluitende prothetische voorziening met de afstandshuls, ook abutment genoemd, en de opbouw van de nieuwe tand.

In de implantologie hebben ronde schroefimplantaten, zogenoemde rotatiesymmetrische implantaten, zich doorgezet. Inmiddels bestaan er de meest uiteenlopende implantaatontwerpen, die zich vooral onderscheiden door hun conische vorm, oppervlaktecoating, materiaal en soort schroefdraad. Met de schroefvormige implantaten en hun speciale schroefdraad laat een implantaat zich met de noodzakelijke primaire stabiliteit in het bot verankeren.

Het belangrijkste in het kort

  • Titanium geldt tegenwoordig als standaard in de implantologie; het wordt door het lichaam aangenomen als eigen weefsel.
  • Voor immunologisch belaste patiënten bestaan er keramische implantaten van zirkoniumdioxide (Y-TZP).
  • Naast het materiaal bepalen het implantaatontwerp en het oppervlak het succes op lange termijn.
  • De doorbraak kwam in de jaren 1950 en 1960 van Per-Ingvar Brånemark in Zweden en Reinhard Straumann in Zwitserland.

Kort beantwoord

Veelgestelde vragen

Van zuiver titanium of van zirkoniumdioxide-keramiek. Titanium is de standaard; keramiek komt vooral in aanmerking voor patiënten die metaalvrij behandeld willen worden.
Van vier dingen: het beschikbare bot en de botdichtheid van de patiënt, het materiaal, het ontwerp van het implantaat en het oppervlak ervan.
Het idee is duizenden jaren oud – de Etrusken en de Egyptenaren vervingen al tanden. De wetenschappelijke doorbraak kwam in de jaren vijftig en zestig met de ontdekking dat bot met titanium vergroeit.