Tandheelkundig lexicon vaktermen P
Begrippen van Palatum tot Pulpa
Palatum (gehemelte), dak van de mondholte.
parodontal (parodontaal), naast respectievelijk rond de tand gelegen
Parodontitis (parodontitis), de parodontitis is een ontstekingsziekte van het tandvleesweefsel. Zij wordt veroorzaakt door bacteriën die zich tussen tand en tandvlees ophopen. Worden deze niet door borstelen of reiniging met tandzijde verwijderd, dan vormt deze substantie (plaque) een harde, hobbelige aanslag (tandsteen) op de tanden. Na verloop van tijd ontstaan roodheid, zwelling en bloedingsneiging van het tandvlees. Wordt dit niet behandeld, dan kan deze ontsteking de vezels die de tanden met het kaakbot verbinden vernietigen en in het verdere verloop tot botafbraak leiden. Zonder vezels en bot beginnen de tanden los te komen en gaan zij mogelijk verloren. Om dit proces te stoppen is een speciale behandeling noodzakelijk.
Kürettage
Parodontologie (parodontologie), leer van de aandoeningen van het tandvleesweefsel.
Parodontose (parodontose), Niet-ontstekingsachtige aandoening van het tandvleesweefsel. Bij een langzaam verloop worden geleidelijk de tandwortels zichtbaar en wordt de tandhals gevoelig voor aanraking en temperatuur. Oorzaken: verstoorde sluiting van de tandenrijen, slechte vullingen, tandsteen, slecht zittende tandvervanging, stoornissen in de vitamine- en hormoonhuishouding, stofwisselingsstoornissen.
Plaque (plaque), Bacteriële tandaanslag.
Prognose (prognose), voorspelling, beoordeling van het te verwachten ziekteverloop.
Prothese (prothese), in de tandheelkunde: vervanging voor verloren tanden.
Zahnersatz
Prothetik (prothetiek), het herstel van het gebit door vervanging. Verzamelbegrip voor de mogelijkheden om de gesloten tandenrij en daarmee het kauwvermogen te herstellen, bijv. door kunstmatige tandkronen, bruggen of een uitneembare prothese.
Zahnersatz
Prämolaren (premolaren), voorste kiezen
Zähne
Pulpa (pulpa), tandmerg: vult de binnenkant van de tand volledig op.
Zähne