Downloads Videotheek Nieuws FAQ Tandheelkundig lexicon Contact

Tandheelkundig lexicon vaktermen I

Begrippen van Implantate tot Interdentalraum

Implantatbelastung (implantaatbelasting), krachtinwerking op een implantaat.

Implantatbettpräparation (preparatie van het implantaatbed), gereedmaken van het benige bed van een implantaat in de processus alveolaris. Verwant vakbegrip Alveolarfortsatz

Implantate (implantaten), Implantaten bestaan uit titanium, dat als lichaamseigen weefsel wordt aangenomen. Implantaten worden in de opening in het gebit geplaatst en vormen een stabiele basis voor de nieuwe tanden. Ze functioneren als natuurlijke tandwortels.

Implantateinbringung (inbrengen van het implantaat), implantaatinsertie.

Implantateinheilung (inheling van het implantaat), inhelingstijd, periode waarin het kaakbot met het implantaat vergroeit.

Implantatentfernung (verwijdering van het implantaat), explantatie, kan nodig worden bij een blijvende, therapieresistente ontsteking aan of rond het implantaat (peri-implantitis), bij loszitten, bij chronische zenuwpijn (bijv. neuritis van de N. alveolaris inferior).

Implantatform (implantaatvorm), uiterlijke vorm van een implantaat; de schroefvormige implantaten hebben zich tegenover de bladvormige doorgezet.

Implantatfraktur (implantaatfractuur), Mechanisch defect aan het implantaatlichaam.

Implantatfreilegung (blootleggen van het implantaat), na de inhelingstijd wordt bij een tweefasige implantatie de implantaatkop van het bedekkende slijmvlies bevrijd en blootgelegd (blootleggingsoperatie). Aansluitend kan het implantaat prothetisch worden voorzien, dat wil zeggen kan de nieuwe tand worden bevestigd.

Implantatinsertion (implantaatinsertie), kaakchirurgische ingreep; het plaatsen van een implantaat.

Implantation (implantatie), inbrengen van een implantaat in het lichaam respectievelijk het kaakbot.

Implantatknochenverbund (verbinding tussen implantaat en bot), Histologische verankering van het implantaat in het bot.

Implantatlockerung (loszitten van het implantaat), door afbraak in de omgeving van het implantaat ontstaan horizontale, verticale en circulaire botpockets, meestal als gevolg van gebrekkige hygiënische reiniging door de patiënt, maar ook door verkeerde en overmatige belasting van de suprastructuur bij het kauwen, zelden ook door technische constructiefouten.

Implantologie (implantologie), leer van de Verwant vakbegrip Implantation

Indikation (indicatie), behandelaanwijzing, het verloop van de ziekte geeft het verdere behandelverloop aan.

Inlay (inlay), hoogwaardige vulling van goud of keramiek voor het vullen van kiezen. In tegenstelling tot plastische vulmaterialen, zoals bijv. kunststof of amalgaam, die direct na het uitboren van de tand kunnen worden aangebracht, worden inlays in de regel in het tandtechnisch laboratorium vervaardigd en in een tweede zitting ingelijmd. De tand wordt in de tussentijd van een noodvoorziening voorzien. Verwant vakbegrip Amalgam

Interdentalraum (interdentale ruimte), ruimte tussen twee opeenvolgende tanden van dezelfde tandenrij.