Ruwheid en topografie van het implantaatoppervlak
De micromorfologische bewerking van het implantaatoppervlak geldt als belangrijk criterium voor een betrouwbare aanhechting van bot en weke delen aan het implantaat.
De klinische ervaring laat zien dat de meeste implantaatuitvallen voorkomen in de kritische, vroege behandelfase in de eerste acht weken na de implantaatplaatsing. Gezien het snel toenemende aantal implantaatplaatsingen is het verminderen van risico's in de vroege behandelfase steeds meer van centraal belang.
De micromorfologische bewerking van het implantaatoppervlak geldt als belangrijk criterium voor een betrouwbare aanhechting van bot en weke delen aan het implantaat en zorgt zo voor een stevige verankering van het implantaat. De samenstelling, ruwheid en topografie van het implantaatoppervlak spelen een belangrijke rol voor de primaire stabiliteit (na het plaatsen en in de inhelingsfase) en de secundaire stabiliteit / osseo-integratie (na de inhelingsfase). Voor de oppervlaktestructurering van het enossale deel van het implantaat (het deel van het implantaat dat met het bot in aanraking komt) zijn verschillende technieken beschikbaar.
Additieve methoden: oppervlaktebehandeling met een titanium-plasma-spray.
Subtractieve methoden: door stralen/etsen wordt het oppervlak opgeruwd.
Het zogenoemde SLA-oppervlak (Sandblasting with Large grit followed by Acid etching) ontstaat door grof zandstralen. Het resultaat is een macroruwheid van het titaniumoppervlak. Daarna volgt enkele minuten een sterk zuurbad, om een optimaal implantaatoppervlak / een optimale topografie te bereiken waarmee de botcellen zich kunnen verbinden. Kort na de introductie werd het macro- en microgestructureerde, osseoconductieve SLA®-oppervlak de gouden standaard.
Kort beantwoord