Tandheelkundig lexicon vaktermen N
Begrippen van Narkose tot Narkoseverfahren
Narkose (narcose), slaap respectievelijk verdoving; Afhankelijk van de zwaarte van de ingreep en de pijngewaarwording van de patiënt staan verschillende narcosemethoden ter keuze. Of het nu plaatselijke verdoving, sedatie of algehele narcose is, het doel is een stressvrije behandeling en nauwelijks voelbare ingrepen.
Bij de plaatselijke verdoving (lokale anesthesie) wordt slechts een klein gebied verdoofd en de pijngewaarwording uitgeschakeld.
Met sedatie duidt men de demping van functies van het centrale zenuwstelsel door kalmerende middelen aan. De overgang van een sedatie naar een algehele narcose is vloeiend; bij een algehele narcose is de patiënt voor de duur van de narcose niet meer wekbaar.
Anästhesie
Nichtinvasiv (niet-invasief), met "niet-invasief" en "minimaal invasief" worden in de tandheelkunde procedures aangeduid waarbij apparaten of katheters ofwel helemaal niet (niet-invasief) ofwel slechts in geringe mate (minimaal invasief) in het lichaam doordringen. De begrippen worden meestal gebruikt om de geringe ongemakken en risico's van bepaalde methoden te benadrukken.
Minimal invasiv